Inkomstenbelasting

Lorem ipsum dolor sit amet consectetur adipiscing elit sed do eiusmod tempor aboreet dolore magna aliqua.

17 okt

Woning in aanbouw en eigenwoningregeling

De Wet IB 2001 bevat een definitie van het begrip eigen woning. Daaronder wordt mede begrepen een woning in aanbouw, mits de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de woning bestemd is om in het kalenderjaar of in een van de drie daaropvolgende jaren hem als eigen woning ter beschikking te staan. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2014 overwogen dat van een woning in aanbouw pas sprake is nadat de feitelijke bouwkundige werkzaamheden zijn gestart.

In een procedure voor Hof Den Bosch was de vraag aan de orde met ingang van welk jaar sprake was van een woning in aanbouw. De belanghebbende

10 okt

Door arts voorgeschreven zelf gekweekte cannabis

Om uitgaven voor farmaceutische hulpmiddelen als specifieke zorgkosten in aftrek te kunnen brengen moeten de farmaceutische hulpmiddelen door een arts zijn voorgeschreven.

Omdat de Wet IB 2001 bepaalt dat de farmaceutische hulpmiddelen moeten zijn verstrekt op voorschrift van een arts weigerde Hof Amsterdam de kosten van zelf gekweekte cannabis in aftrek toe te staan. De cannabis was wel voorgeschreven door een arts, maar door het zelf kweken was volgens het hof van verstrekken geen sprake. De Hoge Raad is op basis van de parlementaire geschiedenis van oordeel dat aan het woord

3 okt

Geen vrijstelling in box 3 voor letselschadevergoedingen

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer meegedeeld dat het kabinet niet van plan is om letselschadevergoedingen vrij te stellen in box 3 van de inkomstenbelasting. De Tweede Kamer had gevraagd op welke wijze letselschadevergoedingen uitgezonderd zouden kunnen worden van belastingheffing in box 3. In de huidige vormgeving van box 3 worden ontvangen letselschadevergoedingen relatief zwaar belast wanneer de ontvanger een vermogen in box 3 heeft dat hoger is dan het heffingvrije vermogen. Onder verwijzing naar de brief aan de Kamer met de contouren van een voorstel voor

12 sep

Aanpassing box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft een brief met een voorstel voor aanpassing van box 3 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het voorstel houdt in dat de belasting over spaargeld wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke hoeveelheid spaargeld. Over het spaargeld wordt een vooraf vastgestelde rente berekend, die moet aansluiten bij de werkelijke spaarrente. Op dit moment zou deze rente maar 0,09% zijn. Het voorstel omvat een heffingvrij inkomen van € 400. Uitgaande van een rente van 0,09% betekent dit dat spaargeld tot € 440.000 belastingvrij zou zijn. Het heffingvrije

29 aug

Belastingdienst corrigeert onzakelijke rente eigen woning

Een belastingplichtige financierde zijn woning met een lening van zijn ouders. De lening had een looptijd van 30 jaar. De rente bedroeg 9% per jaar voor een periode van 15 jaar. Voor de lening zijn geen zekerheden gesteld. Ten tijde van het afsluiten van de geldlening was een rente van 3% gebruikelijk voor een lening met zekerheidsstelling en een rentevaste periode van 15 jaar. Het ontbreken van zekerheid rechtvaardigt in het algemeen een hogere rente ter compensatie van het risico dat de geldverstrekker loopt.

De rechtbank was van oordeel dat het risico dat de belastingplichtige de

22 aug

Opbrengst kortstondige gedeeltelijke verhuur eigen woning niet belast

De Wet IB 2001 kent een regeling voor de eigen woning. In afwijking van andere vermogensbestanddelen valt de eigen woning niet in box 3 maar in box 1. De inkomsten uit de eigen woning worden forfaitair bepaald aan de hand van de WOZ-waarde. Wanneer de eigen woning tijdelijk wordt verhuurd aan anderen blijft het forfaitair bepaalde voordeel van kracht. Dit wordt vermeerderd met 70% van de verhuurinkomsten. Voor de verhuur van kamers in de eigen woning geldt de kamerverhuurvrijstelling. Deze regeling geldt echter niet voor verhuur voor korte termijn.

Iemand die zijn eigen woning in 2017 zowel

25 jul

Box 3-heffing

Op 26 juni 2015 heeft de staatssecretaris van Financiën besloten om de bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting waarbij sprake is van belastbaar inkomen in box 3 aan te wijzen als massaal bezwaar.

Het gaat dus alleen om de vraag of de box 3-heffing op spaarsaldi zodanig is dat deze op stelselniveau in strijd zou komen met het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (artikel 1 EP EVRM). De persoonlijke en individuele omstandigheden van de belastingplichtige spelen hierbij geen rol.

Het gaat om de bezwaarschriften waarop op 26

11 jul

Forfaits in het belastingstelsel

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van forfaitaire regelingen in het belastingstelsel. Forfaits worden gebruikt om de werkelijkheid op een eenvoudige en doelmatige wijze te benaderen. In het rapport van de Rekenkamer wordt vermeld wanneer de forfaits voor het laatst zijn bijgesteld en wat het budgettaire belang is. In zijn reactie op het rapport geeft de staatssecretaris van Financiën aan, dat in een aantal gevallen het budgettaire belang alleen weergeeft welke bedragen worden geïnd of gederfd, maar dat het werkelijke voordeel of nadeel voor de staat niet

4 jul

NHG en flexibel inkomen

De Nationale Hypotheekgarantie (NHG) is een vangnet voor het geval de woningeigenaar zijn hypotheek niet meer kan betalen. Een hypotheek met NHG voldoet aan de normen voor verantwoord lenen van het Nibud. Om voor de NHG in aanmerking te komen mag de koopsom van de woning niet meer bedragen dan € 290.000.

Om het voor starters met een flexibel inkomen makkelijker te maken een hypotheek met NHG af te sluiten start de uitvoerder van de NHG dit najaar een experiment met een aantal kredietverstrekkers. Binnen dat experiment zal gebruik worden gemaakt van de zogeheten Arbeidsmarktscan. Deze

19 jun

Belastingheffing box 3 in strijd met recht op ongestoord genot van eigendom

De belastingheffing in box 3 van de inkomstenbelasting gaat tegenwoordig uit van een gedifferentieerd forfaitair rendement, afhankelijk van de hoogte van het vermogen. Dat rendement wordt belast tegen een tarief van 30%. In eerdere jaren, onder andere in 2013 en 2014, gold een vast forfaitair rendement van 4%. Per saldo bedroeg de belasting in die jaren 1,2% van het vermogen boven de vrijstelling. Vanwege de lage spaarrente zijn over meerdere jaren procedures gevoerd waarin de hoogte van het forfaitaire rendement ter discussie is gesteld. Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese