Inkomstenbelasting

Lorem ipsum dolor sit amet consectetur adipiscing elit sed do eiusmod tempor aboreet dolore magna aliqua.

5 mrt

Box 3-heffing 2015

Over de vraag of de vermogensrendementsheffing van box 3 op stelselniveau in strijd is met het recht op het ongestoorde genot van eigendom zijn al veel procedures gevoerd. De Hoge Raad heeft in zeven arresten over de jaren 2013 en 2014 deze vraag ontkennend beantwoord. Daarna zijn twee arresten over het jaar 2015 gewezen. Zonder nadere motivering is de vraag ook voor dat jaar ontkennend beantwoord. De Hoge Raad heeft wel de mogelijkheid opengelaten dat de vermogensrendementsheffing in individuele gevallen een buitensporige last inhoudt en om die reden niet zou zijn toegestaan.

Nu is bij de

5 mrt

Fouten in percentages forfaitair rendement box 3

Naar aanleiding van vragen in de media is een fout ontdekt in de berekening van de forfaitaire rendementen van box 3 voor de jaren 2019 en 2020. De onjuiste percentages zijn gebruikt bij de berekening van voorlopige aanslagen 2019 en 2020. De gevolgen van de onjuiste forfaitaire rendementen voor belastingplichtigen zijn volgens de staatssecretaris van Financiën beperkt. Het gaat om een tot enkele honderden euro’s die te veel worden geheven.

Het forfaitaire rendement op beleggen voor 2019 is 0,01%-punt te hoog (5,60% i.p.v. 5,59%) vastgesteld. Voor 2020 is het forfaitaire rendement

20 feb

Winstuitdeling door oplopen schuld aan bv

Als een aandeelhouder voor persoonlijke doeleinden geld opneemt bij de vennootschap, kan sprake zijn van een winstuitdeling als de aandeelhouder het opgenomen bedrag niet kan terugbetalen. De inspecteur dient aan de hand van feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat de lening niet kan of zal worden afgelost en dat de vennootschap en aandeelhouder zich daarvan bewust waren. Voor een winstuitdeling is verder vereist dat de vennootschap beschikt over winstreserves of dat er toekomstige winsten zijn te verwachten.

De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op aan de dga van een bv.

13 feb

Eigen woning en niet-samenlevende partners

De minister van Financiën heeft in een brief aan de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer gereageerd op een vraag over huwelijk en eigenwoningregeling. Het gaat om civielrechtelijke en fiscaalrechtelijke verschillen. Het Burgerlijk Wetboek verplicht een echtpaar niet meer om samen te wonen. Volgens de Wet IB 2001 zijn echtgenoten elkaars fiscale partner, ongeacht of zij samenwonen. Fiscale partners kunnen slechts één woning aanmerken als eigen woning, ook als zij ieder een woning in eigendom hebben. De andere woning wordt aangemerkt als tweede woning en

3 jan

Veranderingen inkomstenbelasting 2020

Eigen woning
Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tussen € 75.000 en € 1.090.000 bedraagt in 2019 0,6% van de waarde. Voor het deel van de WOZ-waarde boven € 1.090.000 geldt een verhoogd eigenwoningforfait van 2,35%.

Als het eigenwoningforfait groter is dan de aftrekbare kosten, zoals de betaalde hypotheekrente, wordt het eigenwoningforfait verminderd met de aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld. Deze aftrek was aanvankelijk gelijk aan het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. Sinds 2019 wordt deze aftrek geleidelijk

12 dec

Na overlijden betaalde zorgkosten niet aftrekbaar bij overledene

Specifieke zorgkosten zijn aftrekbaar voor de inkomsten, voor zover de aftrekdrempel wordt overschreden. Dergelijke kosten zijn aftrekbaar op het moment van betaling. Volgens de Hoge Raad zijn zorgkosten, die na het overlijden van de belastingplichtige door zijn erfgenamen zijn betaald, niet aftrekbaar van het inkomen van de overledene. Wel kunnen de na het overlijden door een erfgenaam betaalde zorgkosten bij de erfgenaam in aftrek worden gebracht, met inachtneming van de voor die erfgenaam geldende drempel. Door het overlijden veranderen die kosten namelijk niet van aard. Dat was ook al zo

21 nov

Oude schuld volgt huis niet naar box 3

De schulden die zijn aangegaan voor de aankoop, de verbetering of het onderhoud van een eigen woning vormen tezamen de eigenwoningschuld. De eigenwoningschuld kan niet hoger zijn dan de koopsom met bijkomende kosten en de kosten van verbetering en onderhoud of de afkoopsom van een erfpachtrecht. De rente en kosten van de eigenwoningschuld zijn aftrekbaar.

Voor de voormalige eigen woning, die leeg staat in afwachting van verkoop, geldt een bijzondere regeling. Deze woning wordt nog tot drie jaar na het jaar waarin de woning niet langer door de eigenaar wordt bewoond als eigen woning aangemerkt

17 okt

Woning in aanbouw en eigenwoningregeling

De Wet IB 2001 bevat een definitie van het begrip eigen woning. Daaronder wordt mede begrepen een woning in aanbouw, mits de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de woning bestemd is om in het kalenderjaar of in een van de drie daaropvolgende jaren hem als eigen woning ter beschikking te staan. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2014 overwogen dat van een woning in aanbouw pas sprake is nadat de feitelijke bouwkundige werkzaamheden zijn gestart.

In een procedure voor Hof Den Bosch was de vraag aan de orde met ingang van welk jaar sprake was van een woning in aanbouw. De belanghebbende

10 okt

Door arts voorgeschreven zelf gekweekte cannabis

Om uitgaven voor farmaceutische hulpmiddelen als specifieke zorgkosten in aftrek te kunnen brengen moeten de farmaceutische hulpmiddelen door een arts zijn voorgeschreven.

Omdat de Wet IB 2001 bepaalt dat de farmaceutische hulpmiddelen moeten zijn verstrekt op voorschrift van een arts weigerde Hof Amsterdam de kosten van zelf gekweekte cannabis in aftrek toe te staan. De cannabis was wel voorgeschreven door een arts, maar door het zelf kweken was volgens het hof van verstrekken geen sprake. De Hoge Raad is op basis van de parlementaire geschiedenis van oordeel dat aan het woord

3 okt

Geen vrijstelling in box 3 voor letselschadevergoedingen

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer meegedeeld dat het kabinet niet van plan is om letselschadevergoedingen vrij te stellen in box 3 van de inkomstenbelasting. De Tweede Kamer had gevraagd op welke wijze letselschadevergoedingen uitgezonderd zouden kunnen worden van belastingheffing in box 3. In de huidige vormgeving van box 3 worden ontvangen letselschadevergoedingen relatief zwaar belast wanneer de ontvanger een vermogen in box 3 heeft dat hoger is dan het heffingvrije vermogen. Onder verwijzing naar de brief aan de Kamer met de contouren van een voorstel voor