Inkomstenbelasting

Lorem ipsum dolor sit amet consectetur adipiscing elit sed do eiusmod tempor aboreet dolore magna aliqua.

22 jul

Belasting in box 3 hoger dan behaald rendement

Belastingheffing is te beschouwen als regulering van eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Een inbreuk op het recht op ongestoord genot van eigendom is slechts toegestaan als er een redelijke mate van evenredigheid bestaat tussen de gebruikte middelen en het doel dat ermee wordt nagestreefd. Dit vereist het bestaan van een redelijke verhouding tussen het algemene belang en de bescherming van individuele rechten. Van een dergelijke redelijke verhouding is geen sprake als de betrokken persoon wordt getroffen door een individuele en buitensporige last. Waar het

15 jul

Verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang

De regeling van het aanmerkelijk belang in de Wet IB 2001 is bedoeld om de voordelen, die een belastingplichtige geniet uit een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, te betrekken in de heffing van inkomstenbelasting. Vervreemdingsvoordelen van een aanmerkelijk belang bestaan uit het verschil tussen de overdrachtsprijs en de verkrijgingsprijs. Als bij een vervreemding of een verkrijging een tegenprestatie ontbreekt, geldt de waarde in het economische verkeer ten tijde van de vervreemding of de verkrijging als tegenprestatie.

Onder de verkrijgingsprijs van een aanmerkelijk

8 jul

Nakoming toezeggingen over giftenaftrek

De staatssecretaris van Financiën is in een brief aan de Tweede Kamer ingegaan op de giftenaftrek en dan met name de eisen die aan periodieke giften worden gesteld.

Bij de giftenaftrek in de inkomstenbelasting wordt onderscheid gemaakt tussen periodieke giften en andere giften. Voor andere giften geldt een drempel waaronder de giften niet aftrekbaar zijn en een plafond waarboven giften niet meer aftrekbaar zijn. Voor periodieke giften geldt geen drempel en geen plafond. De periodieke gift is in de wet gedefinieerd als gift in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die

Registratiekosten hypotheek aftrekbaar

De rente en de kosten van geldleningen, die zijn aangegaan voor de financiering van de eigen woning, zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Kosten van geldleningen zijn de kosten die samenhangen met de financiering van de eigen woning, zoals taxatiekosten, afsluitprovisie, hypotheekaktekosten, etc. De eigen woning kan in het buitenland zijn gelegen.

Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant behoort de Belgische registratiebelasting tot de kosten van geldleningen, die behoren tot de eigenwoningschuld. De registratiebelasting is verschuldigd bij de verplichte inschrijving

17 jun

Afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven per 1 januari 2022 of 1 januari 2023

Onderdeel van het Belastingplan 2020 was de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven. Deze wet is aangenomen, maar nog niet in werking getreden in afwachting van de Subsidieregeling STAP-budget. De Subsidieregeling STAP-budget zal zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd, na de publicatie in het Staatsblad van het Koninklijk Besluit waarin wordt geregeld dat de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven per 1 januari 2022 inwerking treedt. Volgens de staatssecretaris van Financiën moet uiterlijk op 2 juli 2021 duidelijkheid bestaan of de fiscale aftrek van scholingsuitgaven

17 jun

Nota van wijziging wetsvoorstel excessief lenen bij eigen bv

Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap in behandeling. De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging ingediend. Daarin wordt geregeld dat bij de bepaling van het bedrag aan schulden aan de vennootschap van een met de aanmerkelijkbelanghouder verbonden persoon ook rekening wordt gehouden met de schulden van diens partner. De mogelijkheden om de grondslag van de maatregel uit te hollen worden hierdoor beperkt.

In het wetsvoorstel is geregeld dat het fictieve vervreemdingsvoordeel dat in aanmerking wordt genomen bij emigratie van

Wijziging aanwijzing bezwaar 2020 als massaal bezwaar

De staatssecretaris van Financiën heeft bezwaarschriften tegen de forfaitaire vermogensrendementsheffing van box 3 voor het jaar 2020 aangewezen als massaal bezwaar. Eerder was dat al het geval voor de jaren 2017 tot en met 2019. De eerdere aanwijzing als massaal bezwaar over het jaar 2020 is aangevuld met een nieuwe rechtsvraag. Het betreft de vraag of het voordeel uit sparen en beleggen, voor zover dat is gesteld op 5,28% van het gedeelte van de grondslag dat behoort tot rendementsklasse II, op de juiste wijze is bepaald.

Wie het niet eens is met de vermogensrendementsheffing in het

27 mei

Toepassing inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is een heffingskorting in de inkomstenbelasting. De IACK is onder meer van toepassing voor alleenstaande ouders met een kind dat jonger is dan 12 jaar. Het kind moet in het kalenderjaar waarop de IACK betrekking heeft ten minste zes maanden op het woonadres van de ouder staan ingeschreven.

De rechtbank Gelderland heeft de IACK toegekend aan iemand die daar volgens een strikte uitleg van de wet geen recht op had. De belastingplichtige was een alleenstaande vrouw, die met haar kind een deel van het jaar in Griekenland had gewoond. Aan de eis van

6 mei

Onzakelijke borgstelling

Niet alleen een lening maar ook een borgstelling, die een aandeelhouder verstrekt aan of ten behoeve van zijn vennootschap, kan onzakelijk zijn. Of een borgstelling voor de schulden van de vennootschap zakelijk of onzakelijk is, hangt af van het antwoord op de vraag of de borgstelling enkel is aangegaan in de hoedanigheid van aandeelhouder. In dat geval komt een eventueel verlies uit die borgstelling niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. Of sprake is van aandeelhoudersmotieven is afhankelijk van het antwoord op de vraag of een derde de borgstelling zou zijn aangegaan

6 mei

Verdeling gezamenlijke inkomensbestanddelen

De Wet IB 2001 bepaalt dat fiscale partners hun gemeenschappelijke inkomensbestanddelen onderling in hun jaarlijkse aangiften kunnen verdelen in iedere gewenste verhouding, zolang zij samen maar het totaal van de inkomsten aangeven. Als uitgangspunt geldt dat een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel bij ieder van de partners voor de helft in aanmerking wordt genomen. Tot de gezamenlijke inkomensbestanddelen behoren de inkomsten uit de eigen woning. De in de aangifte gekozen verdeling kan door de partners gezamenlijk worden gewijzigd tot het moment waarop de aanslagen onherroepelijk